Justin Garrison: Kubernetes leer je door zelf te bouwen
Dat Kubernetes en edge computing vooral mensenwerk zijn, liet Justin Garrison – Field CTO bij Sidero Labs – zien tijdens Edgecase 2026 in Hilversum. Dat betekent lekker sleutelen en knutselen in je garage, maar ook praten met andere mensen en je ‘hahaha-momenten’ delen. Dus leren van elkaars fouten. Tegen deze creatieve energie kan geen AI op.
‘Gotta Build ‘em All’ is de titel van zijn presentatie, een speelse variant op het Pokémon-thema van Edgecase 2026: ‘Gotta Catch ‘em All’. Want Justin Garrison houdt van bouwen. Hij is een echte knutselaar. En hij is een fan van vintage hardware. In zijn garage heeft hij van die oude Mac II’s staan, maar nog liever werkt hij met de transparante behuizing van een Apple G4-Cube. Die gebruikte hij om er – tijdens twee weken afzondering – een Kubernetes-cluster in te bouwen. “Ik heb leren 3D-printen en lasersnijden, maar vooral heel veel geduld te hebben”, zegt Justin Garrison. “Ik heb in m’n eentje nogal wat afgevloekt in die garage.” Hij gebruikt die cube nog steeds, maar heel praktisch is ‘ie niet. De cube maakt lawaai en wordt te warm.
Kattenmand
De volgende stap was een mobiele Kubernetes-cluster. Justin Garrison bouwde een soort datacentrumpje in een kattenmand en noemde dat de ‘petaflop carrier’. (Zijn kat was al tevreden met de doos.) Justin Garrison: “Het probleem was alleen: hoe zorg je voor netwerkverbinding en hoe laat je alles werken in een beperkte omgeving? Eigenlijk precies de uitdagingen waar edge computing mee te maken heeft.” Zijn volgende bouwsel werd een stack van vier Raspberry Pi’s en een mini-pc met eGPU. En toen hij werd gevraagd voor Edgecase 2026 bedacht hij een soort spel met verschillende clusters: hoe kun je Kubernetes schalen op alle formaten, van een Rapsberry Pi tot een wereldwijd cluster. Met andere woorden: hoe bouw je het kleinste ter wereld en hoe bouw je het grootste ter wereld?
Edgecase 2026: Gotta read 'em all
Alle sprekers, sessies en inzichten van Edgecase 2026 op een rij.
Pods en nodes
Een Raspberry Pi vond hij niet interessant genoeg, zegt Garrison. “Met CubeSolar kun je Kubernetes terugbrengen tot de basis. En als je maar één node gebruikt, heb je ook geen scheduler nodig. Zo kom je tot het fysiek kleinste Kubernetes-cluster.” Maar het kan nóg kleiner, zegt Justin Garrison. “Je kunt CubeSolar draaien op een smartwatch van 512 MB RAM. Het enige probleem is: je hebt geen wifi, dus zonder extra computer kun je er niet veel mee.” Vervolgens ging de Field CTO van Sidero Labs de andere kant op: een wereldwijd model van pods en nodes die op het juiste moment met elkaar communiceren – verdeeld over ‘leaders’ en ‘workers’, zodat alles door blijft draaien als er een onderdeel uitvalt. KubeSpan van Talos biedt daarvoor een elegante oplossing, aldus Garrison, zelfs als de pods en nodes in totaal verschillende netwerken of regio’s zitten.
Takeaway
Zo zat Justin Garrison in allerlei richtingen te spelen, totdat er vlak voor zijn presentatie een kleine ramp gebeurde. Hij gooide een vol glas water over zijn verzameling hardware. “Ik dacht: de hele boel is kapot... Ik deed van alles en op een gegeven moment kwam de techniek weer tot leven!” Zo’n proces dat iets weer op gang komt na een fout, heeft nog steeds veel waarde – ook in het tijdperk van AI. Dat concludeert Garrison. Hij eindigt daarom met een pleidooi voor het leren van fouten, voor creativiteit en voor nieuwsgierigheid: “Het is belangrijk om zelf na te denken, zelf dingen te bouwen en zelf fouten te maken. Het blijft leuk om iets kapot te maken en vervolgens uit te zoeken hoe je het weer aan de praat krijgt.” Zijn takeaway is dus: wees niet bang. Ga zelf aan de slag, of je nou een Kubernetes-cluster in een horloge klust, een wereldwijd cluster opzet of gewoon twee servers aan elkaar probeert te knopen.